Bula Fiji!

Ik ben extreem rusteloos tijdens de 3 uur en 50 minuten durende vlucht naar Nadi. Ik weet niet of het de soya cappi met dubbele shot is of mijn protesterende feelings – maar de vlucht duurt oneindig lang. Ik heb de trip naar Fiji al helemaal van voor tot achter geboekt afgelopen december bij Kilroy: Fiji is klein, waardoor last minute trips wat lastiger te boeken zijn. Ik heb daarom niet echt meer voor ogen waar ik heen ga. Doel is om dat uit te zoeken als ik vanavond in het hotel aankom, nadat mijn pre-booked shuttle mij daar heeft afgezet. Pas als ik uit het Fiji Airways toestel stap opent mijn hart zich voor het nieuwe avontuur: er is geen slurf, maar een soort lang balkon die leidt naar de aankomst hal. Ik snuif de warme tropische buitenlucht op en loop richting de terminal. Er staan tientallen locals in kleurige shirts met print aan weers kanten van het pad. Allemaal lachen ze hun witte tanden bloot en roepen “Bula!”, “Bula and welkom to Fiji!”. Lachen werkt aanstekelijk en na een paar uur spanning breekt mijn gezicht weer open. Als ik de terminal in stap word ik ook nog eens begroet door 2 gitaren, een ukele en een een zanger en een gevoel van tropisch paradijs overvalt me. Ineens voel ik me een stuk beter en ik vind het allemaal prachtig. Ow yeah, ik ben in FIJI!


Yasawa Flyer

Ik ben vollédig clueless. Gelukkig heb ik mijn vouchers nog gedownload voor ik hier kwam, want alleen daardoor weet ik het kleine kantoortje te vinden waar ik mijn chauffeur ontmoet en tickets voor de eilanden ontvang. De local brengt mij samen met 2 anderen naar Nadi Bay resort waar ik vanavond zal slapen en morgen opgehaald word om naar de eilanden af te reizen. Het hotel is alles behalve mijn ding. Een weinig inspirerende plek zonder backpack spirit en dus besluit ik de plek te gebruiken om bij te slapen en het thuisfront te contacten. Helaas zit dat eerste er niet echt in aangezien een van mijn dorm genootjes de GEHELE nacht kreunt in haar slaap. Met dikke ogen zit ik daarom de volgende ochtend aan het ontbijt. Hopelijk slaap ik vanavond beter… Met een grote tourbus word ik later deze ochtend naar Port Denerau gebracht waar ik de grote gele Yasawa Flyer board. Blijkbaar ga ik naar Matacawa Levu, Naviti Island en South Sea deze week: elk eiland heeft verschillende backpack resorts waar ik slaap, eten krijg en activiteiten kan doen. Het enige dat ik hoef te doen is 4,5 uur geduldig spenderen op de zonnige boot waarna ik mijn mijn kont op een paradijslijk eiland kan liggen. “Challenge” accepted!

Long Beach Resort

De paar uurtjes op de boot vliegen voorbij. Ik kijk mijn ogen uit naar de tientallen eilandjes die we langs varen. De een nog luxueuzer dan de ander, volledig groen en omringd door helder blauw water. De warme zon prent in een paar uur nieuwe sproeten in mijn armen, benen en gezicht. Als ik eenmaal aankom bij mijn eerste stay, Long Beach Resort, ben ik verwaaid en zeeïg, maar klaar voor paradijs. Een klein wit bootje is het vervoer voor mij, 11 anderen én al onze bagage naar Long Beach dat op zo’n 4 minuten varen ligt vanaf de open zee. Door ons gewicht liggen we nogal laag in het water en de choppy conditions maken de paar minuten varen nog even spannend ook. Naar mate we dichter bij het eiland komen, kan ik steeds meer op maken van het paradijs waar ik de komende 2 nachten ga verblijven: het lijkt letterlijk een onbewoond eiland, midden in de zee. Er staat niet zo gek veel op, slechts een paar huisjes en voor de rest ontelbare bomen, zand en heuveltjes met gras. We worden vriendelijk ontvangen door onze Fijan hosts die ons begeleiden naar het gemeenschappelijke huisje terwijl twee mannen alle bagage het resort op sjouwen. Kort legt de moeder van de familie uit dat er vaste tijden zijn waarop haar familie eten voor ons zal koken, dat er vele activiteiten te doen zijn en dat we ons vooral welkom moeten voelen en genieten van “Fiji-Time”. Ik slaap hier, zoals ik gewend ben, in een dorm. Het enige verschil met die van de afgelopen keren, is dat deze slaapzal volledig open is: in iedere zeikant van het vierkante gebouwtje zitten 6 ramen met van die enorm grote shutters die wagenwijd open staan. Aan de buitenkant zit voor elk van de ramen een hor om beesten buiten te houden en toch een koele bries door de kamer te laten. Ik slaap dit keer in een 1 persoons bed in plaats van een stapel en de rest van de kamer is vol. Het kost me enige moeite wat rust te vinden, maar als ik met mijn boek op mijn Indonesische sarong op mijn privé strandje ga liggen, duurt het slechts 1 bladzijde voordat ik in een metersdiepe slaap zink.

Jason

Ik word wakker van een harde stem met een knijpend Australisch accent. Het kost me een paar seconden om te beseffen dat de stem een vraag heeft geformuleerd. Ik open mijn ogen en voel een steek in mijn nek. Ik lig op mijn buik en door mijn diepe slaap heb ik lekker lopen kwijlen op mijn opvouwbare reiskussentje. Verdwaasd ga ik langzaam recht op zitten en zie ik het hoofd van een enorme Australische gast even dubbel. Zijn naam is Jason en hij komt uit Sydney. Een onwijs lieve vent, alleen doordat mijn hart nog slaapt ben ik niet zo sociaal als dat ik normaal ben. Ik praat wat terug, maar verontschuldig me even later om een douche te nemen, ik probeer het vanavond nog wel een keertje. De douche is op dit eiland is simpel en koud: het water is afkomstig van regenwater en komt uit een enkele leiding die zich buiten de dorm bevindt. Zo vind ik mijzelf na mijn stand nap onder een frisse douche, in 27 graden buitentemperatuur, onder de oranje avondhemel naast een papayaboom vol vruchten. Ik bedoel, hoe paradijslijk had je het gehad willen hebben? 

Cava 

Later deze avond ben ik weer fris en fruitig en veel spraakzamer dan afgelopen middag. Ik smul van de vegetarische Fiji maaltijd en drink dankbaar het gekoelde regenwater dat op tafel staat. Na het eten praten we nog wat aan tafel en maken ons op voor een kaartspelletje als we door onze host worden uitgenodigd voor “Cava”. Yay denk ik, bubbels, champagne! En ik zeg toe. Jason legt echter uit dat Cava hier iets compleet anders is. Het is een landelijk ritueel waarbij ze gemalen Cava Tree in een katoenen doek uitwassen in water. Zo onstaat een grote schaal grijs water dat ze met behulp van een halve, behandelde en uitgeholde cocosnoot uitdelen aan familie en/of gasten. Van Cava schijnt je tong verdoofd te raken en bovendien word je er heel rustig, bijna high van. Zeggen ze. Ik ben extreem benieuwd geworden en ga, samen met 8 dappere anderen, in kleermakerszit zitten rondom de cavaschaal die buiten op een rieten mat staat. Host Chris legt uit dat, als je de cocosnoot met cava ontvangt, je één keer met twee hol getrokken handen dient te klappen en vervolgens “Bula!” zegt. Hierna at je, zonder te proeven, in één keer de gehele inhoud van de halve cocosnoot en geef je deze al glimlachend weer terug. De rest van de groep zal respons geven op mijn Bula en mijn enkele klap met 3 holle handgeluiden beantwoorden. Het klinkt allemaal heel officieel en dus ga ik zo recht op mogelijk zitten ga ik proberen het ritueel zo netjes mogelijk te doen. Chris schenkt een laag van ongeveer twee vingers dik grijs water in de cocosnoot. Met twee handen krijg ik het drankje aangereikt en na een holle klap en een “Bula!” pak ik het met tien vingers aan. Ik probeer niet te ruiken en drink de inhoud in een slok op. De smaak valt moeilijk te beschrijven, maar hangt ergens tussen verdunde aarde en as. Het is niet echt lekker zeg maar. Geschokt door de smaak geef ik, lachend als een boer met kiespijn, de lege cup weer gauw terug. Ik bekijk vervolgens de rest van de gasten tijdens het ritueel en zie ze een voor een eveneens schrikken van de vieze smaak van Cava. Bij de 3e gast begint mijn tong te tintelen en verlies ik inderdaad gevoel van het deel dat mijn smaakpapillen bevat. Ondanks de slechte ervaring doe ik mee tot ronde 5 waarna ik samen met de laatst overgebleven gasten een eind brei aan de avond en mijn bed in duik. Ik voel me alles behalve high, alhoewel ik wel erg hard moet lachen als Big Jase finaal door zijn bedje zakt deze avond. Ik val met een koele bries over mijn lijf in slaap in mijn mini bedje in de warme dorm. En ik weet niet of het de Cava is of het feit dat ik hier in Fiji Paradise ben, maar ik slaap deze nacht als een roos. 


Blue Lagoon

De volgende ochtend word ik gewekt door een luid getrommel op de boomstammen naast het gemeenschappelijke huisje. Het teken dat er eten voor ons klaar staat en dus heis in mijzelf in een oversized blouse en loop ik samen met Jason het zandpad af richting het strand. Versgebakken cake, brood en een grote berg fruit, het eten hier in Fiji is niet verkeerd. De rest van de ochtend vul ik met een wandeltocht richting “the village” van het het eiland. Ik verwacht een klein straatje en bescheiden winkelmogelijkheden maar vind na een half uur lopen enkel een boel simpele huisjes, een school, een kerk en grote waterreservaten. De wandeltocht is letterlijk dwars door de bush bush en we lopen langs tientallen groente- en fruittuinen. Hier halen locals hun casave, cocosnoten en bananen vandaan. Een man zonder tuin, is geen man volgens de locals hier en dus beginnen de gents hier al op 14 jarige leeftijd met verbouwen. Na de village trip kan ik even uitrusten op het mooie zonnige strand en krijg ik een verse jonge kokosnoot in mijn hamden geduwd om mijn dorst te lessen. Om 3 uur neemt onze host ons mee om te snorkelen in de blue lagoon en dus klim ik in mijn groene surferssuit met snorkelgear de kleine witte boot weer in. Na 10 minuten crossen over het water, varen we de baai van Blue Lagoon in. Het ligt aan een lang smal strand met weer een paradijslijk eiland eraan. Behalve de grote Blue Lagoon party boot die hier ten anker ligt, is er weinig activiteit in de baai maar het gaat er natuurlijk om wat er ónder the surface gebeurt. En dus spring ik met mijn flippers en masker over boord en kijk mijn ogen uit. Extreem veel zebra visjes, fel blauwe zeesterren en mooi levend rif – de onder water wereld van Fiji is eigenlijk nóg mooier dan die van Australie. 




Een uurtje snorkelen we in de blue lagoon en dan is het tijd om weer naar Long Beach te varen waar we ons op maken voor het diner. Mijn eerste echte dag in Fiji Paradise zit er bijna op, maar gelukkig heb ik er nog 5 te gaan. Een Manta Ray spotten en op het kleinste Mamanuca eiland slapen staat nog op mijn planning, dus ik mag voorlopig nog even genieten!

Geef een reactie