D is van Dingo

Er liggen drie folders voor mijn neus met elk een dollar teken en drie cijfers. Ze gaan allemaal over hetzelfde, namelijk een trip naar Fraser. Ik sta bij de receptie van onze camping in Hervey Bay en we zijn vastberaden morgen of overmorgen naar het kleine eiland dat net ten oosten van van de kust ligt af te reizen. We hebben een mooi plekje direct aan het strand en de rest van de camping is gezellig druk. In een paar dagen is het Pasen en in Australië gaat deze religieuze viering gepaard met een nationale vakantie van, jawel, 2 weken. Onze camper is daarom omringd door locals in vakantie mood. De drukte heeft enige consequenties voor onze plannen: niet alleen zijn de tripjes die we kunnen doen tussen hier en Cairns gehalveerd als resultaat van cyclone Debbie, degene dié nog mogelijk zijn zijn dubbel zo druk. Geen tijd te verliezen dus: wat is het plan voor Fraser?

Fraser Island

Eigenlijk was er vanaf het moment dat de receptiemedewerkster de folders voor onze neus legt al meteen een winnaar. Want zeg nou zelf, wat kies jij: 1. De pond en een tour in een bus met 40 anderen, 2. De pond en een gedeelde 4×4 met chauffeur, 3. Overvliegen met Fraser Air en een eigen 4×4 voor de dag. Mijn angst voor vliegen is gek genoeg niet aanwezig zodra ik in een klein vliegtuigje stap. Ik heb net zo weinig controle, maar op de een of andere manier voel ik me prettiger in een kleiner toestel, alsof ik er binnen no time uit kan mocht ik dat willen (compleet onlogisch, maar goed). Robbie en ik lijken twee kindjes op hun verjaardag zo tof vinden wij het vooruitzicht van deze dag. Met 6 passagiers is het oude propellor vliegtuigje vol maar knus. Grote koptelefoons schermen ons van het lawaai van het toestel en laten ons meeluisteren met de vliegcommunicatie en de info die onze piloot geeft over Fraser. Het is vrij helder deze ochtend, alleen in de verte zien we wat donkere wolkjes en een regenboog die een plaatselijke regenval verraad. We vliegen over het groene Fraser en zien het adembenemde strandje van Lake McKenzie. We landen zo’n 40 minuten nadat we zijn opgestegen op het smalle strand aan de oost kant van Fraser. Door eb is er niet veel ruimte, maar onze piloot is enige utdaging met het toestel klaarblijkelijk gewend. Ik stap uit en sta meteen met mijn voeten in het goudgele zand. Wat een belevingen al en het is pas 8:10 in the morning…



Lake McKenzie

De smetteloos witte 4×4 staat al voor ons klaar op het eindeloze strand waar we zojuist op geland zijn. Het is een veel comfortbaler model dan de Apollo waarmee we de afgelopen weken over de wegen hebben gecrosst. Dubbel bonus dus, want dat betekent dat ik mijn internationale rijbewijs eindelijk een keer kan gebruiken en achter het stuur kan kruipen! Doordat ik tijdens het praatje van de eigenaar de enorme bijtende march flies van me af probeer te houden, hoor ik niets van de instructies voor ons voertuig. Iets met knopjes, verschillende aandrijvingen en een noodnummer voor als we vast komen te zitten? Geen idee, maar ik heb Robbie bij me dus het moet vast goed komen. Ik neem plaats op een van de grote stoelen en kijk naar een grote plastic kaart met een dikke zwarte lijn door de bush-bush die ons naar Lake McKenzie moet loodsen. Er zijn geen wegen op dit eiland maar echt verdwalen doe je hier niet, want er valt gewoonweg niet van het bestaande sandtrack af te wijken. We doen anderhalf uur over de 16 km naar McKenzie en ik kan mijn lol niet op door het hobbelige parcours. We hangen scheef, vliegen uit onze stoel, scheuren naar boven en kiepen naar beneden. Als mijn moeder op een gegeven moment haar ontbijt niet meer binnen kan houden doen we toch maar even wat rustiger aan. Het moet wel leuk blijven voor ons allemaal en dus ben ik blij als we na onze wilde rit bij Mczkenzie aankomen. We zijn vroeg, een uur of 10 moet het zijn. Het strandje is een klein loopje naar beneden door vele bomen en planten. Vanaf de laatste paar treden blokken de bomen mijn zicht niet meer en word ik verrast door een prachtig uiticht. Ik had verwacht dat het mooi was, maar zó prachtig.. dat niet. Het meer strekt ver, maar is ongeveer twee voetbalvelden groot. Nog nooit van mijn leven heb ik zulk blauw water gezien. Als ik in tot mijn schouders in het water sta, kan ik nog mijn tenen zien en ben ik omringt door turkoise. Ik zeg: hashtag no filter! Een uurtje genieten we van dit stukje paradijs en dan begint het drukker te worden. De grote bussen toersiten komen nu aan en brengen flirtende jongeren en gillende kinderen. Tijd om te vertrekken en onze tocht over het strand voort te zetten. 


Beach drift

We rijden terug naar het minidorpje Eurong en laten mama hier achter. Reisziek zijn is echt balen en ondanks dat ze alles hier wel wil zien, is het voor haar fijner om niet in een hobbelige auto te hoeven zitten. Met de 4×4 stand aan rij ik bij Eurong het strand op en zet koers naar het noorden. Ik cross over zand en grote stenen en pak steile binnendoor weggetjes om stukken clif te ontwijken. De tune van Jurasic Park klinkt door mijn hoofd als ik ergens door een vrij diepe heldere rivier moet heen rijden. Man wat is dit gaaf! Nooit gedacht dat ik echt een auto mens was, maar terrein rijden in een moderne 4×4, daar kan ik wel aan wennen! Onderweg spotten we de vele kleuren zand die Fraser heeft: van roest oranje tot zwart en bruin. We stappen uiteindelijk uit om het wrak van SS Maheno bekijken en leggen al het moois vast. Zon, zand, zee en bomen: dat is alles dat er is. Het lijkt bijna een onbewoond eiland zo ongerept is de natuur. Op de terugweg spotten we dan eindelijk de befaamde Dingo’s: wilde roodbruine honden die het eiland domineren. In de branding dichtbij Eurong rijden we ineens mama tegemoet en die springt weer dapper achterin. Maar goed ook, want zo’n 100 meter verder vinden we weer een gevaarlijke Dingo. Wildlife, you gotta love it. 



Agnes Water/ Yeppoon

Na een dag vol avontuur vallen we die avond weer in ons vertrouwde campertje in slaap. Absoluut een activiteit om nooit te vergeten, ik heb het zo naar mijn zin gehad. De volgende ochtend vertrekken we vroeg richting het mooie stadje Agnes Water. Hier wil ik weer surfen en kunnen mijn ouders nog een beetje bijkomen van ons avontuur. We hebben wat dat betreft echter iets te vroeg gejuicht, want bij aankomst blijken alle campings vol. Easter holiday is begonnen en alle campings die na de storm wél open zijn staan vol met locals. Een kleine domper, maar 7 km van de kust vinden we op een kleine camping in ieder geval een slaap plek. Er is niet veel te doen en zonder stadscentrum of strand om naar toe te lopen vinden we het niet de moeite waard om hier te blijven. On to the next dus. We reserveren van te voren een plaatsje op een campsite in Yeppoon en rijden hier in een aantal uur heen. Deze uitvalsbasis biedt ons twee dagen precies wat we zoeken: strand, een schattig stadje en gezelligheid op de camping. In Yeppoon maak ik voor het eerst kennis met wilde Emu’s en ik vind ze maar eng. Emu’s zijn een soort zwarte struisvogels en dartelen hier gewoon rustig over de camping alsof de wereld van hun is. Hun puntige valse bek doet mij besluiten maar ver uit de buurt te blijven van deze beesten en ze van een afstandje te bekijken. Na Yeppoon zijn we wel weer toe aan een beachside camping, maar helaas is Airlie Beach nog dicht en ook Bowen is geen optie. We besluiten Mackay – Rollingstone – Port Douglas te rijden en ons maar neer te leggen bij the change of plans. 

Mackay

In Mackay staan we weer prachtig aan het strand op een rustige camping. Er is geen bruisend stadshart en door de weinige activiteit mogelijkheden is het blijkbaar geen populaire plek voor reizigers en locals. Ik ben na maanden buiten ineens zon-moe en blijf, tot groot ongenoegen van mijn moeder, deze zonnige dag binnen om Downton Abbey te bingewatchen. Robbie krijgt mij uiteindelijk naar buiten met een wilde kokosnoot, een van mijn favo lekkernijen, en samen zijn we een half uurtje zoet de keiharde noot te slachten. Die avond is het volle maan en ben ik weer verliefd op de hemel. Ik heb nog 10 dagen tot ik naar New-Zealand vlieg en eventjes gaat de tijd veel te snel… Gelukkig heb ik nog veel moois om te ontdekken in de resterende anderhalve maand, zo moet ik het maar bekijken. Het universum blijkt mijn angstkreet gehoord te hebben, want de volgende dag staan we ineens voor een verrassing: Airly Beach is open! Niet meer zo mooi als het ooit was, maar we kunnen er wel heen! Mooi om day by day te leven, want daardoor is er gewoon ruimte om Rollingstone te laten voor wat het is en Airly Beach tóch te gaan zien.


Geef een reactie