Een bezoek aan midden-Bali: Ubud

Na de partygroep die Seminyak en Kuta bracht, ben ik toe aan wat rust, cultuur, sightseeing of iets in die richting. Tegen die tijd heb ik al tientallen mensen gehoord over de stad Ubud en het schijnt er heel mooi te zijn. Het leuke aan hostel-life is dat je maar één keer hoeft te zeggen dat je naar een bepaalde plek wil en er melden zich automatisch mensen aan om de rit hier naartoe te delen. Oud-huisgenootje Laura en een ander meisje besluiten mee te gaan en zo zijn we na een bliksembezoek aan de drukke stad op Zuid-Bali onderweg naar naar het midden van het eiland: Ubud. 

Locals

Mijn taxi chauffeur heet Dewa en is een hele aardige gast. Sowieso zijn alle mensen in Indonesië ontzettend lief en behulpzaam (als je een beetje door het afzet-gedrag van de meesten heen kan kijken). Ondanks het feit dat voor de mensen hier de standaard voor inkomen, leefomstandigheid en bovenal werktijden compleet tegenovergesteld zijn dan die van de toeristen, zijn ze niet de beroerste om te delen en te helpen. Elke keer dat ik in een taxi stap, knoopt mijn chauffeur een gesprek aan en is extreem geinteresseerd in (en eventually amazed about) mijn verschijning. Zo is het voor locals ondenkbaar dat ik een “vakantie” heb van een half jaar. Hier werken ze zich drie slagen in de rondte, juggling drie baantjes tegelijkertijd en staat drie aaneengesloten vrije dagen gelijk aan een royale vakantie. Het is door deze ontdekking dat ik me nog meer forntunate voel dat ik deze trip mag maken. Mensen in Europa: wat hebben we het goed. De reis met Dewa is voorspoedig en na een korte stop op een van de vele koffie plantages en de bekende Elephant Temple staan we met onze tassen midden in Ubud als het begint te regenen.

In Da Lodge

Er valt niet te ontsnappen aan de hevige regenval in Indonesië. Vijf minuten of vijf seconden: je bent doordrenkt, tot aan je ondergoed toe. Ik ben dankbaar voor de regenhoes om mijn backback en de oncharmante regencape die ik van Remke kreeg in Lembongan: ondanks dat ik eruit zie als een wandelende ANWB reclame, kom ik semi-droog aan in het hostel dat de komende dagen mijn thuis zal zijn. In Da Lodge is een bekende onder de backpackers en wordt door iedereen aangeraden. Alles is er: een gezellige bar waar veel eten te krijgen is, een zwembad, verschillende plekken om uitgebreid te chillen en een overvloed aan bedden. Het is niet de meest mooie plek waar ik tot nu toe mocht verblijven, maar het publiek en de mooie omgeving maken een hoop goed. 


Snakefruit en Teva’s

De volgende dag besluit ik mee te gaan met een fietstocht die ons de omgeving van Ubud laat zien. We worden vroeg in de ochtend opgehaald door onze gids: de fietstocht zal ergens anders starten na een lokaal ontbijtje. Na anderhalf uur rijden over het heuvelachtige landschap ben ik echter nogal gedesoriënteerd en vraag ik me ernstig af hoe we ooit weer terug zullen komen. Mijn zorgen blijken gelukkig onnodig; onze gids Agus is heel betrokken en na de hobbelige, lange rit staat er zoals afgesproken een lokaal ontbijtje en een koffie- en theeproeverij voor ons klaar bij een koffieplantage. Ik herken geen énkel onderdeel van mijn Indonesische ontbijt: ik zie onder andere een kastanje achtige vorm met, zo lijkt het, een slangachtige schil, een paars-roze lychee met een harig omhulsol, witte, fel-groene en bruine gelei achtige substanties gewikkeld in cellofaan en een gefrituurde deegbal met sesamzaadjes erop. Hoe lokaal had je je eten gehad willen hebben? – is de gedachte die door mijn hoofd gaat en ik besluit van alles minstens één hapje te nemen. Ik ben zo blij dat ik niet meer de moeilijke eter ben die mijn familie tot waanzin dreef op 8 jarige leeftijd. Snakefruit (zo blijkt het te heten) is niet echt mijn ding, maar de lokale lychee smaakt heerlijk. De kleurijke geleitjes zijn prima smakende soorten rijstpudding en de gefrituurde deegbal smaakt precies zoals je hem noemt. Erg leuk om mee te maken en een goede start van onze fietstocht door al het moois van midden Bali. Gedurende twee uur knal ik (mét mijn Teva’s aan, mind you) de lange afstand die ons busje deze morgen naar boven heeft gemaakt, weer helemaal naar beneden en ik zie heel veel moois. Rijstvelden, ongerepte natuur, een klein dorpje vol nieuwschierige locals en ik mag zelfs binnen kijken bij een van de inwoners. Al met al een mooie tocht vol indrukken die zeker de moeite waard is om te maken mocht je jezelf nog eens in Ubud vinden. 


Gecondoleerd

Laura vertelde het ons al eerder en de voorbereidingen zijn inmiddels merkbaar in het stadje Ubud: een dezer dagen zal er een royal worden gecremeerd en dat gaat gepaard met een bijzonder ritueel. Er staat een metershoge praaltoren vol kleuren, kwastjes en drakenhoofden klaar met daarvoor een enorm, zwart stier versierd met goud en juwelen staand op een podium. Op de dag van de crematie brengen ze het lichaam naar het hoogste punt van de toren, dragen ze het héle ding samen met de stier met een mannetje of 80 naar een plek een kilometer of wat hier vandaan en cremeren ze het lichaam samen met de stier om de geest naar het hiermamaals te brengen. De crematie is niet besloten, dus besluiten we het bizarre ritueel bij te wonen. Nog nooit heb ik zo’n bijzonder (en gevaarlijk) afscheid gezien. De hoeveelheid kabaal, aantal mensen en snelheid die de mannen maken met de toren en de stier is indrukwekkend. Na twee uur in de verstikkende hitte is de royal nog steeds niet op haar laatste bestemming en besluiten we de drukte verlaten voor het verkoelende zwembad van Da Lodge. Dankbaar voor de keuze die ik hierin heb (in tegenstelling tot de uitgeputte mannen die de toren en het podium dragen) neem ik een duik en val ik even later onder een van de bomen onder het geluid van geroezemoes in slaap.

Gemengde gevoelens

Ondanks de indrukken die ik op doe in Ubud, blijkt het niet een van mijn favoriete plekken. De Tegallalang rijstvelden en de Ubud Markt zijn zeker hoogtepunten, maar door de drukte, het gebrek aan strand en mijn eerste aanraking met de befaamde Bali-Belly ben ik maar al te blij deze plek weer te verlaten. Voor sommigen mag deze plek een hoogtepunt zijn, maar mijn hart ligt aan zee met hippie achtige tentjes waar ik met zand tussen mijn tenen een broodje avocado bestel. Daar ga ik dus naar op zoek, iets meer richting het zuiden van Bali: Jimbaran, Nusa Dua en Uluwatu wachten op me, vol onontdekte stranden. 

Geef een reactie