Eenzame hoogtes: Java

Mijn lust voor verhalen is altijd groot geweest. Van De Grote Boze Heks in mijn kindertijd tot aan de Glamour columns van Karin Swerink die het startsein waren voor mijn passie voor schrijven. Ik verslind ze en ben altijd op zoek naar nieuwe, authentieke anekdotes. Het is onderdeel van mijn interesse in wat mensen drijft of bezig houdt en daar voor stel ik continu vragen. Heel veel vragen. Een wandelend verhoorkantoor met duizend-en-een sproetjes, om mij kan je soms echt niet heen. Deze lust heeft me tot nu toe handen vol nieuwe vrienden (en wereldadresjes) gebracht, contact leggen gaat op reis zo ontzettend makkelijk. Toch veranderd er iets op het moment dat ik land op Java.

Leeg

Van Lombok naar Surabaya, Oost-Java, kost slechts 55 minuten met Lion Air. Java is drie keer zo groot als Bali maar biedt nog veel meer cultuur en natuur en dus verwacht ik dat het zeker de moeite waard is om mijn laatste 8 dagen in Azië op deze plek door te brengen. Mijn plan is de trein, ik ben namelijk gek op de trein. Geen gezeik met hoogtes, turbulentie of andere stoorfactoren: gewoon een paar uur lezen en een pak kaakjes leeg vreten en ik ben er. Helemaal relax. Hoe of wat weet ik nog niet precies, maar ik moet in ieder geval naar het centrum van Surabaya om de nationale trein naar Yogja te pakken. Het 55 minuten durende luchtvervoer verloopt vrij vlekkenloos, maar als ik het Lion Air toestel uit loop stormt het. Wind giert om mijn oren en ergens in de verte vloekt het onweer dreigend. Eenmaal bij de bagage band geeft de aarde zich over en sta ik ineens in het donker door een power-out. Ik ben blij als ik eenmaal in een scherp ondehandelde taxi zit en ineens ben ik gesloopt. De man brengt me naar My Studio Hostel centraal in Surabaya: goedkoop en lekker dichtbij het trein station. Bovendien zien de ruimtes er nogal fijn uit en is mijn ervaring met bed-pods erg goed. Eenmaal op bestemming betreed ik echter een verlaten gebouw. Naast de bijzonder vriendelijke receptie dame zie ik niemand in de brandschone receptie ruimte. Er liggen wel een aantal locals te slapen in de slaapzaal, maar een volle gemeenschappelijke ruimte is hier niet. Ik bestel wat te eten, na een dag op Pringles geleefd te hebben gaat een Mie Goreng er zeker in. Helemaal als ik de prijzen hier bekijk! Java is de helft goedkoper dan Bali en nu was het daar allemaal al niet zo duur. Voor het hostel raast de drukke centrale weg en echt iets te doen in de buurt is hier niet. Dus het is voor mij duidelijk: weg hier.

Weg hier

Terwijl ik op mijn Ipad de trein route uit probeer te zoeken loopt de eerste levende ziel de lobby in. Het blijkt een Nederlander te zijn en ook hij gaat morgen op weg naar Yogjakarta. We besluiten samen te reizen en na een boeking van een hostel naar zijn keuze en een plan de campagne besluiten we te gaan tukken. Ik ben optimistisch over deze nacht, eindelijk even goed bijslapen. Mijn bed-pod vind ik in een wand vol vierkanten met gordijntjes waar achter elk één bed in zit. Je kruipt erin vanaf je voeten eind en je bent heerlijk alleen. Ik lees nog een hoofdstuk in mijn boek en val kort daarna prima in slaap. Het is rond een uur of 3 als in ineens wakker schrik van een hard geluid. Mijn ogen vliegen open terwijl het harde geluid op een gelijk tempo verder gaat. Shit. Er ligt iemand kei-hard te snurken in de pod naast mij. Normaal kan ik het wel aan, een beetje geluid om me heen, maar deze vent maakt zo ontzettend veel herrie. Met muziek in probeer ik tevergeefs mijn slaap te hervatten, maar rond 4 geef ik het op. Ik vertrek naar de lobby en bel Nederland, het tijdstip is daar nu immers gunstig voor. Om 5 uur brengt een medewerker het ontbijt en dus zit ik rond dit bizarre tijdstip aan een geroosterde boterham met pasta. En ik ga niet eens surfen… Als ik 2 uur later op pad ga naar de trein ben ik eigenlijk over mijn slaap heen maar wel helemaal klaar voor een nieuwe plek. Op Java zijn niet zo heel veel toeristen en dus zijn wij als 2 kaaskoppen nogal een bezienswaardigheid op weg naar onze trein. Iedereen staart, kijkt om en lacht een beetje schaapachtig naar onze verschijning. Ik ben dankbaar als ik eenmaal het koele rijtuig in klim en mijn plek in de “bisnis” in neem. Vijf uur lang razen we door Javaans landschap en praten we. Tenminste, ik luister vooral. Ik merk na een uur al dat de rollen in deze dialoog niet helemaal gelijkwaardig zijn, maar i’ll just go with it.

Alleen

Yogjakarta is net als Surabaya druk. Veel auto’s, lonkende taxichauffeurs en mensen. We slapen in Teduh Hostel. Ooit moet het gebouw prachtig zijn geweest: hoge plafonds, brede verdiepingen met tientallen privekamers en een handvol dorms. Immiddels in het vergane glorie, een hotel zonder ziel. Er is vrijwel niemand en het is er klammig warm. Mannen en vrouwen (op Java is het meerendeel Moslim) slapen hier apart en dus vertrekken we beide naar een andere verdieping. Meer dan een ongeintereerde ” yes i’m ok” krijg ik niet uit mijn local kamergenootjes en teleurgesteld vertrek ik naar het dakterras. Ik kijk uit over de talloze daken en in de verte zie ik rook uit de actieve volkaan Marapi stijgen. Duizenden kilometers van huis sta ik midden in een prachtig land en voor het eerst in vijf weken alleen reizen voel ik me eenzaam. Ik mis een gemoedelijke sfeer, sociale mensen en vooral de zee. Zelfs al ben ik hier niet alleen, als ik met iemand reis die zich niet interesseerd in mij als mens voel ik me zo klein. Zo onbelangrijk. Niet dat het daar om gaat, maar toch. Dit gevoel heb ik nooit gehad in Bali of Lombok. Het is onderdeel van reizen zeggen ze en dus besluit ik me over te geven aan het moment. Wat kan ik hier aan doen? Een plan maken! Want wat wil ík doen? Ik wil de tempel bezoeken, een beetje rondlopen en uitrusten. En een ander hostel! Ik besluit 4 dagen in Yogja te blijven om alles te bekijken en dan een dag te treinen om de resterende 2 dagen in Jakarta te slijten. Ik kan niet wachten tot Sydney.

Yogja

Het kost me 24 uur om travelbuddies Hong en Celyse te vinden, in te checken in Backpackers 44 en een concreet plan te maken voor de Bodobudur Temple. Echt geland ben ik nog niet als ik slaperig om 3:30 mijn opgevoerde scooter op stap, maar ik kijk uit naar een stukje sightseeing. Borobudur is “world herritage” en een big deal binnen de Buddism community. Na het bekijken van de zonsopgang over vulcano Marapi betreden we het enorme terrein waarop de tempel is gebouwd. Niets erover is gelogen: het is de 260k Rupiah ($20) helemaal waard. Wel een beetje bijzonder dat er elke 100 meter een local met ons op de foto wil, maar ik keer deze dag voldaan weer terug naar de stad. Het is pas op de vierde dag, als ik in mijn eentje aankom bij Sae Sae hostel (de plek die ik eigenlijk op Lombok al in gedachten had), dat het eenzame gevoel me los laat. Dít is wat ik in gedachten had: een gezellige binnentuin met talkative folks, een lekkere waroeng om de hoek en spontane trips voor het oprapen. Voor ik het weet zit ik aan een tafel vol nieuwe mensen en spicy food. Als ik de volgende dag met een Ornithologist (ja ik moest ook ff googlen) op pad ga om de wondere wereld van birdwatching en preserving endangered species te ontdekken, doe ik eindelijk weer iets compleet nieuws en eerlijk gezegd vind ik het mega interessant. Ik sluit mijn trip aan Yogjakarta positief af. Eigenlijk was het een heel leerzaam moment, mijn mensenkennis laat me nooit in de steek.



Jakarta

De trein naar Jakarta duurt 7,5 uur en is een stuk minder comfortabel dan die naar Jogya. Ik kom oververhit aan (waarom droeg ik ook alweer een grijs t-shirt?) in een enorme stad vol wolkenkrabbers en auto’s. Jakarta was voor mij nooit een bestemming en dient slechts als een doorgangsplaats naar mijn doel: Soekarno Hatta Airport. Zo behandel ik deze stad ook en besluit enkel nog te chillen voor mijn vlucht als ik in mijn hostel Zoë ontmoet. Ze is een Nederlands meisje en ze heeft koorts. En zo breng ik mijn enige dag in deze enorme stad door in het plaatselijke ziekenhuis. Ik regel alles voor haar, omdat ik dat andersom ook fijn had gevonden. Uren verstrijken en het blijkt twee vormen Tyfus te zijn. Super sneu voor deze chick, maar gelukkig is ze hier wel in goede handen. Het ziekenhuisbezoek levert me een local als vriend op. Gloria helpt ons als tolk en we maken er met een rol kaakjes en leuke gespreksonderwerpen het beste van tijdens het wachten. Dankzij Gloria zie ik deze dag nog een adembenemend stukje Jakarta om mijn trip officieel af te sluiten. Ze neemt me mee naar SKYE bar: een rooftopbar met uitzicht op de gehele stad.

Going down unda

Terwijl ik de skyline van deze reuzachtige stad aanschouw, kijk ik terug op mijn avontuur hier in Azië. Ik ben verliefd geworden op Bali en heb onverwacht genoten van het prachtige Lombok. Ondanks mijn mixed feelings over Java heb ik geen spijt van mijn beslissing om zo veel tijd hier te besteden. Spijt is in dit geval namelijk een stomme emotie en ik zie het meer als een leerschool. 6 weken Indo hebben me zo veel gebracht. Dit is echt niet de laatste keer dat ik voet zet in dit land, want man wat ga ik het surfen hier missen. Toch staat het westerse meisje in mij ergens te springen, want voor het inruilen van alle vuiligheid hier voor de schone straatjes van Sydney valt ook wat te zeggen. Ik ben er klaar voor, een nieuw hoofdstuk van mijn avontuur.

It’s time to go down unda.

One Comment

Geef een reactie