Nat asfalt

Het regent nog steeds onophoudelijk als we de taxibus richting het meest zuidelijke puntje van Sydney in stappen. Het is net herfst in Australië, maar zo veel regen als wij de afgelopen week al hebben gezien hadden we niet echt ingecalculeerd. In vier weken willen we de kustweg gaan rijden die van Sydney tot aan Cairns ligt. Zo rijden we van New South Wales tot boven in Queensland en zien we alle adembenemende natuur en stadjes die Oost Australië te bieden heeft. Ik ben maar al te blij dat Robbie er is als ik de omvang van ons witte Apollo voertuig in me op neem. Ik had gehoopt dat ik ook stukken zou kunnen rijden, maar bij nader inzien lijkt me dat niet zo’n strak plan. Het is net een vrachtwagen en bovendien heeft onze zeer onvriendelijke sales lady net heel duidelijk gemaakt dat voor elke vorm van schade van de nogal hoge borg wordt ingehouden. 

Penrith

Onze eerste stop is Penrith: niet enorm ver van Sydney, maar aangezien we onze home-away-from-home nog volledig moeten inrichten besluiten we geen uren te rijden. Bij nader inzien een goede keus, want onze camper blijkt niet helemaal naar behoren te functioneren. De koelkast doet het niet en er hangt een penetrante zoete geur in het voertuig waar we nogal misselijk van worden. Na wikken en wegen besluiten we daarom de volgende dag toch terug te rijden naar Apollo om dit op te laten lossen, het is immers geen goedkoop tripje en we willen waar voor ons geld. Het is een kleine domper in het begin van onze reis, al helemaal als de hemel eindelijk open trekt als we het enorme parkeerterrein op rijden, maar gelukkig stuurt de eigenaar ons op zijn kosten naar het meest dichtsbijzijde strand terwijl onze wagen gerepareerd wordt. Die paar uurtjes zon lijken nooit geweest als mijn moeder en ik later die dag de koelkast opnieuw gaan bevoorraden. Van ons trailerpark aan de rand van Sydney is de supermarkt Coles slechts een kwartiertje lopen, maar eenmaal aangekomen zijn we doorweekt. Met kippenvel tot aan mijn kruin stap ik na ons wet-n-wild avontuur onder een warme douche en ben ik dankbaar voor het feit dat mijn ouders me hebben groot gebracht met camperen. Niets geen glamping, de modder staat tot in mijn knieholtes: camperen in de regen is niet altijd leuk, je moet er echt voor weggelegd zijn. Gelukkig hebben die 6 weken indo me al een beetje gehard voor barre omstandigheden en dus voel ik ondanks de tegenslagen en het k*t weer alleen maar blijdschap en joy. Die glimlach krijgt niemand er af.

Myall Lakes

We hebben een globale route met hoogtepunten die we af gaan, maar omdat er soms stukken van 400 kilometer tussen zitten, hebben we de ruimte om op random plekken te overnachten of iets te gaan bekijken. In Myall Lakes vinden we eindelijk onze eerste mooie stop: we parkeren op het uiterste puntje van de camping en zijn daar omgeven door groen, vogels en water. In Australië zijn campings volledig gefaciliteerd voor reizigers en dus zijn er ook openbare keukens met alles waar een gemiddelde student alleen maar van kan dromen. 6-pits gasfornuizen, grote ovens en grote grillplaten die ze hier BBQ’s noemen: het kleine keukentje in onze enorme mobile home wint het er niet bij zegmaar. We koken, lezen, wandelen, maar doordat de zon nog steeds achter een dikke laag wolkendek met regen schuilt, is er verder niet heel veel te doen. Ik ben de afgelopen weken flink verwend op het gebied van zon en dus kan ik het uitblijven ervan hier in Aus wel aan, maar mijn lieve ouders daarentegen komen uit het koude Nederland en hebben behoefte aan vitamine D. Hoe hoger we komen aan de oost-kust, des te zonzeker de plekken en dus zit er maar een ding op: verder up north.

Seal Rocks

We rijden zo’n 150 kilometer verder naar Seal Rocks. Vanaf de Pacific Highway kom je daar via een hobbelig bergweggetje. Op de kaart zie ik dat we steeds dichter bij de kust komen maar om ons heen zie ik slechts enorme bomen, grauwe lucht en nat asfalt. Als we de laatste heuvel voor het strand overrijden trapt Robbie ineens op de rem. Vragend kijk in door de voorruit en mijn gezicht breekt open in een brede glimlach. Voor ons ligt een smal strand met groen-blauw water omgeven door rotsen en clif. Werkelijk waar wonderous to behold en ik trek een conclusie: Australië is het land van de duizend stranden… Niet zo gek ook aangezien het land zo’n 25K kilometer kustlijn heeft. Deze plek ligt goed veborgen, maar is de tocht dubbel en dwars waard. Seal Rocks is klein en gemoedelijk: er liggen hier slechts een hand vol surfers in het water en her en der relaxen er mensen op het strand. Ik frons als ik een hete gloed over mijn armen voel glijden. Ik zoek boven me naar de oorzaak en word meteen verblind door de sterke Australische zon. Er wordt overal gewaarschuwd voor de hoge UV straling hier en nu weet ik wat ze bedoelen. We laten er geen gras over groeien en staan een kwartier na aankomst al ingesmeerd en in bikini gehesen op het strand. Het lijkt bijna ons prive strand als we deze middag over de verlaten kleine baai voor ons Caravan Park uitkijken. Dit soort paradijsjes is waar we voor naar Australië kwamen! Ik ben blij als ik mijn moeder en Robbie zichtbaar zie genieten, wat kan zo’n zonnetje al niet teweeg brengen…


Wildlife

De dag erna worden we weer getrakteerd op een zonovergoten dag. Terwijl ik nog heerlijk lig te tukken word ik om 6:30 wakker van een over enthousiaste Robbie die mijn naam roept. Waarom zijn we zo vroeg op? – is het eerste wat ik denk, maar er is een reden. Er zwemt een groep dolfijnen in ons baaitje en mijn ouders hebben dit bijzondere moment met eigen ogen gezien! Nog slaapdronken ren ik in het warme ochtendzonnetje op blote voeten naar het strand. Het mag niet baten, ik heb het moment helemaal gemist… Het is gelukkig een voorbode voor de stadjes die nog komen gaan: als je maar vroeg genoeg op staat kun je gegarandeerd dolfijnen spotten. Ik baal nu, maar dit moment gaat zeker op mijn lijstje. Eerst gaan we op zoek naar ander soort wildlife: in North Haven hipsen er namelijk tientallen wilde kangaroos over campings! De keuze voor de volgende bestemming is snel gemaakt. We pakken in en laten onze droombaai Seal Rocks achter ons. Op naar nog een droomstrand. Mét kangaroos welteverstaan. 

One Comment

  • wil

    april 19, 2017 at 8:41 pm

    living my dream zalkmaarzegguh… heerlijk om te lezen, Nog een jaar of 6 werken en ik ben weg. . . Oke, ik hou het bij europa per camper en daar is ook zoveel moois te zien en beleven, en als ik iemand mis vlieg ik af en toe even naar huis, the easy way zeg maar hihi. . . take care, live and be happy xx

    Beantwoorden

Geef een reactie