New Zealand roadtrip, getting ready

The best plan, is no plan – zo luidt het backpackers motto en Luke en ik leven beide naar dit statement. Daarom besluiten we op donderdag middag dat we morgen ochtend vroeg zullen vertrekken richting het Noorden. We kijken het dag voor dag aan maar Kaikoura, de ferry naar Wellington, Taupo en Tauranga staan in ieder geval op de planning. Ik herpak mijn backpack en samen verzamelen we een en ander aan kampeer materiaal voordat we richting Hillsborough vetrekken waar we de laatste spullen uit de garage pakken en Luke zijn Truck een beurt zal geven. 

Mechanica 101

Vorig jaar hebben we 8 dagen rondgereisd in de enorme witte camper van de Vos familie. Het was fijn en makkelijk, maar ook wat langzaam. Daarom besluiten we dit keer de tent in te pakken en eventueel achterin de truck of in hostels te slapen. Alsof het niets is, vervangt Luke deze middag zelf de olie van zijn auto, evenals het filter en test wat andere functies van het voertuig. Dames, nu weten veel van jullie al dat ik volledig weke knieen krijg van deze wilde Kiwi, maar plaats hem met smeer aan zijn handen onder een ruige auto en het is echt einde oefening… Ik ga even naast hem liggen onder het enorme voertuig en in een kwartiertje legt hij uit wat alles is, hoe het werkt en wat er moet gebeuren voor een basic beurt. Weer wat nieuws geleerd. 


En route – Riangora, Kaikoura

Na alle voorbereidingen gaan we vrijdag ochtend eindelijk weg en rijden naar Riangora: een klein stadje ten noorden van Christchurch waar Luke zijn wilde tienerjaren heeft gesleten in een “flat” met wat foute huisgenoten. Ik ontdek zijn school, de plek waar men heen ging om te hangen en in welke kroeg er bier gedronken werd (er is er maar 1). Wat een verschil met de studententijd die ik had In Rotterdam. Hier is het ons kent ons, een kleine community waar het echt zoeken was naar afleiding en ondeugd. Dat in tegenstelling tot de volle stad Rotterdam met tientallen kroegen waar het soms nog serieus moeilijk is om je vrienden tegen het lijf te lopen. Vanuit het kleine stadje rijden we via (Wai)Kuku de kustweg op richting Picton. We kruisen de surferstrekpleister Kaikoura waar de golven een perfecte pointbreak vormen en het zelfs op deze grijze dag vol ligt met surfers. We blijven een tijdje genieten van de mooie sport waarna ik mijn eerste chip-sammie in mijn handen gedrukt krijg: een boterham met mayonaise en chips. Pletten en happen, klinkt raar, is serieus hartstikke lekker. 


Aardverschuivingen

Na de lunch rijden we verder naar boven en zie ik de gevolgen van de aardbevingen zo’n zeven jaar geleden nog goed. De enorme stenen in de kustlijn tonen wittige uitslag: een fenomeen dat is ontstaan is omdat deze stenen oorspronkelijk tientallen meters onder zeeniveau lagen. In slechts minuten ontstonden op deze plek nieuwe bergen en schudde de aarde haar bodem ruw omhoog. De kustlijn verschoof deze dag zelfs een aantal meter. Schijnbaar vindt men tot op de dag van vandaag nog steeds fossielen van krabben, vissen en andere zeedieren in de bergen aan de oost kust. Zo’n optater heeft de landgrens gehad. De trip langs de kust geeft uitzicht op zee, wilde zeehonden en stijle rotsen. 

Blenheim

Net als het begint te schemeren vinden we een mooie camping aan een beekje in Blenheim, zo’n 20 kilometer voor Picton waar we morgen de ferry willem nemen. Het is redelijk fris, maar samen in een tentje hebben we het sowieso warm. Het diner is een Luke-Marie klassieker: broodje mayo, kaas, tonijn, theetje ernaast, niets meer aan doen. We vallen die avond in slaap onder het gechilp van krekels, soms een weka en het geluid van een kabbelend beekje. 

Geef een reactie