New Zealand Roadtrip part 1: oost naar west

Ik kijk mijn ogen uit terwijl ik geduldig wacht tot boarding time. De domestic Air New Zealand toestellen zijn mega interessant: je kan er nét in staan en zijn te betreden via zo’n uitklap trappetje. Ze hebben geen motoren, maar grote propellors onder de vleugels. Als ik na een paar uur wachten (altijd te vroeg hè) eindelijk in het toestel zit merk ik dat ik een beetje zenuwachtig ben. Ik ga een week lang kamperen met iemand die ik maar 1 keer gezien heb, maar we hebben een klik dus het komt vast goed. In een extreem turbulente 50 minuten brengt het propellorvliegtuigje me naar mijn bestemming: Christchurch. Het is maar goed dat ik inmiddels weet hoe het zit met turbulentie, want de vallende stewards en het constante gehobbel zorgt bij de velen in het vliegtuig een gespannen sfeer. Als ik de aankomsthal in loop staat mijn chauffeur al op me te wachten en blijkt de spanning overbodig, de klik is er nog steeds. 

Christchurch

Het is nog vroeg, dus we besluiten eerst door South Hagley Park te wandelen en bij te kletsen. Daar kom ik erachter dat ik mijn paspoort (!!) én mijn camera in het vliegtuig vergeten ben en dus moeten we voor we naar de wijk Hillsborough afreizen weer éven terug naar het vliegveld. Lekker bezig, zal ik maar zeggen. Voor we vertrekken wandelen we nog door het stadscentrum en zie ik dat de gevolgen van de aardbeving van zo’n 6 jaar geleden nog steeds zichtbaar zijn. De historische kern ligt in puin en er wordt overal herbouwd. Het schijnt dat betonnen muren in wiebelend rubber veranderde op de dag in kwestie en mijn reismaatje heeft zelfs en litteken door het rondvriegende puin die dag. Na lunch en een paspoort pick up rijden we richting Hillsborough en daar valt mijn mond werkelijk open. Luke woont in een enorm huis op een heuvel die uitkijkt over de hele stad Christchurch. Drie verdiepingen dik met óveral glas en ramen, echt een idioot mooi huis. Hij woont er met mijn zijn zusje, haar vriend en een ander huisgenootje. Het is de avond voor onze trip en naast koken en spelletjes spelen met zijn allen gebruiken we de tijd om een boodschappenlijst te maken en alvast wat dingen in te pakken.

Arthur’s Pass

De volgende ontwaak ik door het natuurlijke licht die door de ramen van mijn slaapkamer valt en het eerste dat ik zie is de stad. Deze plek ligt een flink stuk uit het centrum en de ruimtelijkheid hier in dit huis doet deze plek niet aanvoelen als een verstikkende stad. De camper wordt al helemaal voor me geinstalleerd en het enige dat ik hoef te doen is wat tassen, surfboards, skateboards en andere benodigdheden naar de wat oudere witte Ford te sjouwen. We kopen wat food in en zijn rond 12en on the road naar het westen, via Arthur’s Pass. Als we een uurtje onderweg zijn wordt me gevraagd of ik weleens “pie” eet. Denkend aan cheesecake en red velvet van Koekela antwoord ik volmondig ja, maar in NZ bedoelen ze daarmee kleine bladerdeeg taartjes met hartige vulling. Een echte NZ delicatesse die ik zeker nog nooit op heb en dus stoppen we bij de beroemde Sheffield Pie shop in Canterbury om daar de beste pie’s van NZ te eten. Gestemd door de inwoners en het aantal bezoekers liegt er niet om. Als ik even later mijn tanden in een warme brie-chicken-apricot pie zet weet ik waarom. Heeul lekker, dit mogen ze in Nederland ook wel maken. Als we verder rijden laten we de stad achter ons en wordt het landschap steeds meer heuvelachtig en steil. Ergens halverwege oost en west maken we onze eerste stop en het uitzicht is adembenemd. Ik tref het bijzonder met het weer waardoor het azuurblauw van de lucht prachtig afsteekt tegen de groene heuveltoppen. Ik ben extreem dankbaar dat ik in een eigen camper inclusief local gids South NZ mag ontdekken deze week. Gaan en staan waar ik wil, alles in eigen tempo zien en ook nog eens uitleg krijgen over dit prachtige land. Jup. Beter dan dit wordt het niet. 

Punakaiki

Als we Greymouth binnen rijden zijn we aan de westkust beland en we stoppen hier om de benen te strekken. Greymouth heeft een van de grootste skatebowls van NZ en dus komen de skateboards tevoorschijn en ben ik getuige van een ware show. Overal skaten jongeren op rollerblades, scooterstepjes en boards. Ik ben niet zo dapper en sla de skatebowl vriendelijk over, ik laat het spannende skatewerk aan de pro’s over. Rond 5 besluiten we naar Punakaiki te rijden om de zonsondergang te kijken bij de Pancake Rocks. Alsof het precies zo uitgestippeld is, zijn we precies op tijd om de zon in een pumping surf game (lees: hele hoge golven) te zien verdwijnen. Terwijl de lucht oranje kleurt lopen we op Luke’s suggestie richting Punakaiki Cavern om de fameuze glowworms te zien: op veel verborgen plekken bivakkeren kleine wormpjes die in het donker fluoriserend groen kleuren en grotten een emerald sky of stars geven. Dankzij mijn headlamp kunnen we diep in de grot kruipen en komen door smalle paadjes bij een hol binnenplaatsje uit. Als me gevraagd wordt mijn licht te doden is het ineens pikke donker. Ik zie geen hand voor ogen en even moet ik wennen aan al het niets. Ik kijk om hoog in het zwart en ineens zie ik het: kleine groene stipjes dansen over het plafond in de cavern. Natuur op zijn best, heel bijzonder om een verschijnsel als dit te zien. Het is niet te fotograferen behalve als je een siegelreflex met extreme sluitertijd hebt en dus staar ik me suf. Ik kijk, zie en sla het op. 

Hokitika

Het is donker, maar toch besluiten we anderhalf uur terug te rijden richting Hokitika om daar op een klein kampeerplekje te slapen die volgens Luke echt de moeite waard is. Er zijn geen lichten op Lake Mahināpua Campsite, maar gelukkig weet mijn chauffeur feilloos waar hij zijn moet en parkeert ons grote voertuig behendig op een van de grasveldjes. Schijnbaar staan we naast het meer, maar als ik uit de camoer stap is het enige dat ik zie de sterrenhemel. De Melkweg, Jupiter, Saturnus – ik spot ze allemaal, zo helder is het vanacht. Heerlijk om weg te zijn van grote steden en alles te zien wat het heelal te bieden heeft. De temperatuur daalt, zoals ik al verwachtte, deze nacht enorm. Ik word wakker van mijn neus die veranderd is in een ijsblokje, maar onder mijn drie dekens is het gelukkig heerlijk warm. Als we wakker zijn bak ik banana pancakes en doen we een korte wandeling rondom Mahināpua. We rijden terug naar Hokitika om wat extra boodschappen te doen en het Hokitika sign langs het strand te bekijken. 


Franz Josef Glacier

We rijden na de stop verder zuid over de Whataroa Highway en komen langs Lake Wahapo en Mapourika. De een nog mooier dan de ander: de zon schijnt door het kristalheldere water en toont elke vis, waterplant en zandkorrel. Als we via een van de vele one-way bridges uiteindlijk bij Franz Josef uitkomen besluiten we de simpele wandeltocht van een uur te trotseren om te zien wat er van de glacier over is. Járen geleden was de hele Waiho rivier bevroren, maar door global warming is de glacier enorm geslonken. Als we na een uur kletsen bij het uitkijkpunt komen zie ik inderdaad dat er nog maar een klein stuk wit ijs te zien is. Over een aantal jaren zal er niets meer van over denk ik als ik de enorme grijze rivier beneden ons woest zie kolken. Hij smelt elke seconde een beetje meer. Ik heb hem in ieder geval mooi gezien! Als we terug lopen daalt de zon steeds een stukje meer en maken we een plan om in Haast te kamperen. Daar is het inmiddels al pikdonker als we het kleine plaatsje binnen rijden. 

Haast

We passeren in wat snelheid de enige kampeerplaats in Haast en besluiten daar te verblijven. Terwijl Luke onze camper soepel een grasveld in rijdt voor een u-turn schiet een gedachte over deze zompige ondergrond door mijn hoofd: als dat maar goed gaat. Nog geen seconde later hoor ik de motor in volle toeren razen en staan we harstikke stil. Inderdaad, de ondergrond ís te drassig en de dunne, bijna profielloze bandjes van onze 2-wheeldrive krijgt het niet voor elkaar zelfstandig het veldje af te rijden. We besluiten de campingeigenaar om hulp te vragen, hopelijk heeft hij een 4-wheel truck. Het is inmiddels 8 uur ’s avonds en als we het terrein op lopen zien we dat de receptie is gesloten. We wisselen een blik en besluiten toch op de bel te drukken waarna er een korte vriendelijke dame de lichten achter de gesloten deuren aan klikt. Gelukkig, haar man heeft een tow truck en wil ons wel even uit de brand helpen waarna we uiteraard nog een nachtje kunnen boeken op hun terrein. De warme douche is na 2 dagen kou en niet douchen bijzonder welkom. We koken Asian Noodle soup en gaan vroeg tukken. De wekker staat om 6:45, want we hebben nog een flink stuk te rijden en een hoop te zien. 

Geef een reactie