New Zealand Roadtrip part 3: zuid naar noord

Doordat we vroeg zijn gaan slapen valt het vroege opstaan dit keer een stuk minder zwaar. We starten de dag weer met een warm ontbijtje, mijn banana pancakes gebakken in cocosolie zijn echt niet te evenaren. We zetten koers naar Te Anau, het stadje dat doorgang geeft naar de dood lopende weg naar Milford Sound. Het is een regenachtige dag, maar door de regenval schijnen we honderden verborgen watervallen te gaan zien die er op heldere dagen juist niet zijn. Ieder nadeel heeft z’n voordeel.

Milford Sound

Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, rijden we door groen landschap met aan beide kanten van de weg extreem hoge grijze bergen die compleet uit steen bestaan. Overal waar we kijken komt er een dikke stroom water naar beneden, tientallen watervallen zijn er te zien. Milford Sound is een van de 8 wereldwonderen: er valt gemiddeld de meeste regen in dit gebied in NZ waardoor de omgeving extreem groen is. Ik kijk mijn ogen uit en voel me super klein tussen de enorme steile rotsen. Na een flink stuk komen we uiteindelijk bij de Homer Tunnel uit die doorgang geeft naar Milford. De tunnel is een kilometer lang en is letterlijk gemaakt door met TNT stukken steen uit de berg te blazen. De robuuste tunnel leidt steil naar beneden en ik vind het gaaf en eng tegelijk. Als we er een paar minuten later uit rijden is het uitzicht idioot mooi: Ik zie een enorme valei met een kronkelweggetje naar beneden die ons naar Milford zal leiden. Een enorme groep brutale Kea’s wacht ons op op een klein parkeerplaatsje na de tunnel. In een uurtje rijden we uiteindelijk naar het mooie Milford Sound. Het is voornamelijk een havenstad, als je geen boottocht doet is er verder niet zo heel veel te doen. Door de mist en regen is het uitzicht helaas niet zo adembenedemd als anders, maar we worden wel getrakteert op een dubbele regenboog.



Lake Tekapo

We lunchen in de haven van Milford Sound (ik ben inmiddels verslaafd aan tuna uit blik) en rijden daarna het héle stuk dat we vandaag en gisteren gereden hebben terug tot aan Cromwell. Daar besluiten we een nacht op een camping te blijven. Ik heb inmiddels al 3 dagen niet gedoucht en hoewel ik niet echt zweet door deze kou, is het wel zo lekker warm en fris om weer eens te douchen. Het is de $20 pp helemaal waard: we gaan fris en fruitig op pad naar onze laatste bestemming deze trip: het blauwe Lake Tekapo. Het landschap langs de route richting het noorden is meer kaal en oranje/geel dan dat aan de westkust. Er zijn veel fruit en groente plantages, echt compleet anders dan de route van noord naar zuid. We spotten op de valreep nog een mooi mirror lake: doordat het heldere water in een meer stil staat fungeert het als spiegel en dat levert héle mooie plaatjes op kan ik je vertellen. Bij Lake Pukaki slaan we af om de hoogste berg van NZ bekijken. Na 30 kilometer richting Mount Cook doemt in de verte Lake Pukaki op en ben ik absoluut overenthousiast door de kleur van het meer. Het meer is azuur blauw, ik heb werkelijk nog nooit zo’n kleur gezien. Het is bijna dezelfde kleur als de blauwe lucht! Ik kan een enorme smile niet onderdrukken en ik gedraag me echt als een idiooit zo blij word ik van al dit moois. Helaas zit Mt. Cook precies verscholen in de wolken, maar de mooie omgeving maakt het stukje omrijden helemaal goed. Even later zie ik dat Lake Tekapo bijna net zo blauw als is Pukaki en aangezien dit onze laatste bestemming is, besluiten we het af te sluiten in stijl. We bestellen local brew and hot chips op een terras terwijl we in het warme zonnetje uitkijken over het meer. In 6 dagen hebben we heel het zuider eiland door gecrosst en heb ik zo veel mooie plekken gespot. Ik ben mega dankbaar voor deze mogelijkheid en dus proosten we deze middag op deze onvergetelijke trip.


¡Viva Mexico!

We rijden om 5PM in een keer door naar Christchurch waar we voor etenstijd aankomen. We delen deze avond meteen al onze foto’s en verhalen met iedereen tijdens het eten en gaan uiteindelijk na wat biertjes en cardgames voldaan richting bed. Mijn laatste dag in New Zealand spenderen we uiteindelijk in het Franse stadje Akaroa. Founded in 1840 bij een Fransoos en de vibe is er nog steeds erg mediteraans. We dwalen wat rond en lunchen met een goed glas rode wijn op een van de vele terrasjes aan het water. De afgelopen week heeft Luke me in extreem korte tijd zo ontzettend veel moois laten zien en terwijl we hier op het terras zitten, praten we na over ons mooie avontuur. Gek hoe je in zo’n korte tijd zo gesteld kan raken op iemand, het zal nog een uitdaging worden om afstand te nemen van de mooie tijd die ik hier beleefd heb. Gelukkig heb ik nog 24 uur voordat mijn vlucht naar Nadi, Fiji vertrekt en we zijn niet van plan om die te verspillen. Eenmaal terug in Christchurch meeten we broer Ben, zusje Ruth en haar vriend George voor een diner bij Mexicano’s. De Corona’s en spicy chicken zijn niet aan te slepen en rond 10 uur zitten we vol, maar zijn we nog lang niet klaar met deze dag. We verplaatsen naar een snookerbar waar ik, zoals gewoonlijk, hard faal tijdens een potje poolen. Het bier smaakt goed en de snoeiharde drum ’n bass die hier gedraait wordt, doet ons dansen rondom onze tafel. Mooi concept: Nederland, letten we even op? We zetten onze dansmoves voort in een club zo’n 10 minuten verderop en daar vergeten we finaal de tijd. Ik heb zo veel plezier en voel me zo in mijn element, dat ik het stiekem jammer vind dat ik morgen naar Fiji vlieg. Een gekke emotie, want zeg nou zelf: wie wil er nou niet naar Fiji? Ik weet in ieder geval dat dit niet de laatste keer is dat ik voet zet in New Zealand. Ik heb nog een en ander te ontdekken hier, aan de andere kant van de wereld.

Wakker worden

En dus ontwaak ik op 6 mei met enigszins een wattenkop uit mijn NZ droom en ben ik noodgedwongen mijn vers gewassen kleding in te pakken in mijn grote backpack. Een beetje sip ben ik wel, maar boven alles ben ik vooral heel dankbaar. Het is warm op het grote balkon van Luke’s huis en verlekkerd kijk ik naar Christchurch dat onder een strak blauwe lucht aan de voet van Hillsborough ligt. Even geniet ik in mijn eentje van het uitzicht totdat ik twee twinkelende blauwe ogen ontmoet. Ik glimlach. Hij volgt – Ik krijg een flauwe opmerking naar mijn hoofd en ik lach hard op. Het is ongemakkelijk, ingewikkeld en vertrouwd tegelijk. Mijn huid absorbeert na dagen kou dankbaar de warmte van de zon en onze gezichten spreken boekdelen. We vinden dit allebei eigenlijk helemaal kut. Het mooie van reizen is af en toe ook het meest moeilijke onderdeel van alles. Want ik hou van nieuwe mensen ontmoeten, het is helemaal het einde. Maar wat als dat nieuwe mens zo bijzonder blijkt te zijn dat tijd lijkt te vliegen? Dat je eigenlijk nog niet klaar bent om afscheid te nemen. Zie je zo iemand dan nog terug? En waar dan en is het nog hetzelfde? Ik vind geen antwoorden op dit zonovergoten, warme terras en besluit te doen wat ik al vijf maanden doe: to live by the day en wel te zien wat er op mijn pad komt. Deze ervaring neemt niemand me in ieder geval af en dus vertrek ik happy en smiling. Vol plannen.

Retrouvaille

Geef een reactie