Stilte na de storm

Ik weet niet waarom, maar ik ben alles behalve schrijverig. En dat is vreemd, want ik pretendeer natuurlijk een schrijver te zijn. Het ligt niet aan het uitblijven van avonturen, want ik maak genoeg mee hier en schiet me een ongans met mijn geliefde Fujifilm. Het zit zo: ik verkies ik 9 van de 10 keer “naar buiten gaan” boven binnen zitten en vind ik mijzelf daarom behalve 50 uur per week aan het werk eigenlijk alleen maar wandelend in de bergen, surfend in Sumner of op een (vissers)bootje in Kaiapoi. Nooit achter mijn computer dus. Op zich een positief iets, maar best wel saai voor het thuis front. Dus; onder het mom van “beter laat dan nooit”, een update vanaf de andere kant van de wereld: to sum it up; “het is hier fantastisch”.

Januari

Oud en nieuw is magisch. Eentje om nooit te vergeten. Anderhalve week spendeer ik in Te Whenua gelegen in de bush van de west kust van het zuider eiland. Het is warm (mid zomer), maar een beetje zonnebaden in bikini is er helaas niet echt bij. De West Coast staat bekend om haar genadeloze sandflies en man… wat word ik te grazen genomen zeg. Ik spendeer de gehele dag in lange leggings, dikke sokken en mijn merino met lange mouwen en nóg vinden deze beestjes van ongeveer 5 mm mijn lijf vol Europees bloed. Twee keer spuit ik me helemaal in met 60% Deet en trotseer ik de sidderende Nieuw-Zeelandse zon. Over een factor 50 natuurlijk, want met de sterkte van UV-straling hier maak ik geen grappen. Te Whenua heeft nul luxe. We koken over open vuur en wassen ons in de zee, de rivier of met kopjes water uit het kabbelende beekje dat op 10 meter afstand van het huisje stroomt. Ik lees veel, krabbel wat op papier en spendeer al mijn tijd buiten uitkijkend over onze baai of lopend het bos en over het strand. Ik krijg een tour van Te Whenua en krijg alle huisjes te zien in de valei. Ieder behoort tot een van de Vos broers en zussen.

Sterren

De sterrenhemel hier, is iets compleet anders. De plaatjes zoals je die in een boek ziet doen geen enkele eer aan het daadwerkelijke uitzicht. Miljoenen sterren zie ik iedere nacht en ik raak er never nooit op uitgekeken. Na 10 dagen volledig afgesloten van de wereld, ben ik wel weer toe aan een klein beetje luxe (lees: een douche) en met moeite krijg ik de Vos’s zo ver hun backpacks in te pakken en aan de 3 uur durende wandeltocht naar de auto te beginnen. Een bizar idee dat Jachin, Luke’s vader, Met zijn twee Nederlandse ouders en siblings 16 jaar in dit huisje gewoond heeft. Eten wat de pot schaft en naar school in het kleine gebouwtje halverwege de berg: ik zeg, ver van mijn bed show.

Thuis

Eenmaal weer thuis moet ik wennen aan mijn nieuwe thuis. Het is Luke’s thuis en niet te mijne. Het is groot, rumoerig en het mannen huishouden maakt dat ik vaak “gezelligheid” mis: verse bloemen bijvoorbeeld, of een schone opgeruimde keuken en knusse decoraties. Het is zomer en dus warm. Ik heb een prachtig uitzicht over Christchurch en kijk links tot aan de bergen in de Pass en rechts tot aan de Pacific Ocean.

Februari

Na de eerste maand wennen staat februari in het teken van de trouwerij van nicht Jamie-Lee en vriend Alex. We reizen af naar Northland; het lange slanke deel van het Noordereiland dat boven Auckland ligt. Northland staat bekend om haar Polynesische aandoen en het feit dat veel van de oorspronkelijke inwoners, Maori’s, hier wonen. Het is anderhalf uur vliegen en vier-en-een-half uur rijden naar Whangarei (zeg fang-areij) waar wij als 7-man tellende Vos familie tijdens de bruiloft bij Alex’ ouders mogen slapen. Het is prachtig en tropisch in Whangarei. Ik ontdek weer een volledig nieuwe kant van Nieuw Zeeland waar de foto’s wederom echt geen recht doen aan het daadwerkelijk zicht. Het is heel heuvelachtig en groen en omdat dit deel van NZ heel dicht bij de kustlijn ligt, stuit je iedere bocht die je neemt wel op een prachtig strand of azuurblauwe baai. De bruiloft lijkt volledig van Pinterest af te zijn gehaald: wát was het een plaatje en wát een geld moet dit gekost hebben… Kiwi’s drinken alsof er geen morgen is en laat alcoholische versnaperingen nou net onmogelijk duur zijn in dit land. Ik doe het rustig aan, maar geniet – zoals het een Van der Bogt betaamt – van de Corona’s, wijnen en het 4 gangen diner. Na een week is het tijd om terug te gaan en begin ik met mijn solliciteer rondes.


Festivalseizoen

Zomer in Christchurch staat gelijk aan ontzettend veel evenementen en dus bezoeken Luke en ik onder andere Fat Freddy’s Drop Live, The Noodle Markets en start ik met werken op The Kiwi’s Beer Festival waarna Electric Avenue volgt. Ik raak meteen bevriend met de juiste, belangrijke mensen waardoor ik VIP mag werken en na een lange 12-urige shift met de organisatie backstage tosti’s sta te eten en de gehele drankvoorraad mag opdrinken. Dit alles terwijl bekende DJ’s als Netsky en Rudimental met hun harem langs lopen. Dat vind ik dan weer erg cool. Helaas is het werk voor Team Event seasonal en moet ik op zoek naar iets permanents als ik mijn rekeningen wil betalen. Eind februari vind ik mijn baan bij Fiddlesticks: een baan in de horeca maar geld is geld.

Wakeboarden

In mijn laatste vrije week sta ik voor het eerst op een wakeboard en ben ik meteen hooked! Deze dag zijn we in Kairaki naast Kaiapoi (zo’n half uurtje rijden van Chch) en mogen we mee op de mega luxe speedboot van vriend Nick die in zijn vrije tijd professionele wakeboarder is. Heel handig al die vrienden die leuke speeltjes hebben. Zo heb ik gemerkt dat veel Kiwi’s boten, motoren, campers en quads hebben – nu nog iemand vinden met een jetski, want dat staat ook nog op mijn lijstje. Voor het wakeboarden varen we naar de peninsula waar de Waimakariri rivier in de zee uitmondt en hebben we een BBQ met muziek op een – zo lijkt het bijna – onbewoond eilandje aan de zee. Mijn eerste poging Wakeboarden val ik meteen op mijn snufferd, maar ik ben een snelle leerling en tijdens de tweede keer heb ik het meteen onder de knie. Komen die jaren snowboard ervaring ook nog van pas.

Maart

Dat ik eindelijk een baan heb, betekent dat ik ook eindelijk een vervoersmiddel kan regelen. Ik kies uiteindelijk voor een scooter. Vooral omdat een auto meteen zo’n drie tot tienduizend dollar kost en omdat ik eigenlijk alleen maar van en naar de stad moet (zo’n kwartiertje rijden). De aankoop is dus gunstig, maar de onderhoudskosten zijn ook lekker laag. Ik ben trots als een pauw om mijn zwarte crosser en krijg veel leuke en verraste reacties van de familie en mijn collega’s. 8 maart is Luke jarig. De eerste verjaardag in 2 jaar waar ik bij kan zijn. Luke viert het helemaal niet, maar ik natuurlijk wel. En dus eten we met zijn alle, hebben een biertje of twee en aan het eind van de dag geef ik hem zijn eerste eigen Pounamou: een kostbare Nieuw Zeelandse gem aan een ketting. Het werken bij Fiddlesticks is vermoeiend en veel. Iedere dag start ik om 7:00 en als ik geluk heb ben ik om 17:00 klaar. Dagen van 12 uur is niet vreemd in de Nieuw Zeelandse horeca. Het enige leuke aan mijn werk zijn mijn collega’s; stuk voor stuk leuke mensen die me er iedere dag weer doorheen slepen.

Model

Op Electric Avenue ontmoette ik een maandje geleden Sony: een jonge make-up artist in opleiding en zij was bijzonder gecharmeerd van mijn Europese uiterlijk. Ze vraagt me als model en dus rij ik half maart met Sony plus een foto- en videograaf naar haar vakantie huisje in Castle Hill. Ik krijg twee verschillende looks en wordt gefotografeerd in bizar mooi landschap. Het resultaat mag er zijn.

Op jacht

Wonder boven wonder krijg ik eind maart vrij om voor het eerst mee te gaan jagen met Luke en Harley. We gaan naar mijn favoriete plek Lake Tekapo en rijden in 8 uur van Christchurch helemaal langs de lengte van het meer de Goldley rivier op en zetten we ons kamp op naast Mount Dobson. Het is volle maan en dat maakt dat ik prachtige foto’s kan maken van de bergen en de sterren. Ik voel me ontzettend nietig tussen alle grote bergen en raak niet uit gekeken op al het moois. Ik maak de fout om rond 5 uur ’s ochtends de gaan plassen waarop Harley uit zijn tent roept: “Great! You’re up – let’s go!” en zo starten we deze ochtend aan onze jacht: klimmend de stijle berg op. Al snel spotten de mannen een Tahr (een soort berggeit) en uren lang proberen we hem tevergeefs in stilte in de juiste hoek te drijven. Mount Dobson is erg stijl en bestaat voor 20% uit planten en 80% uit steen. Het overgrote deel van het steen bestaat uit kleine kiezels waar je ONMOGELIJK stil op kunt lopen. Dat komt doordat de kiezels, zodra je er op stapt, weg glijden en je dus voorzichtig moet zijn dat je niet zelf als een jekko naar beneden rolt. Tahr geiten leven hier bovendien en springen dus rustig binnen 2 seconden van de ene klif de andere in. En dat terwijl wij als mens lopen te klungelen op een vierkante meter kiezels Je begrijpt: een tahr schieten is dus zo makkelijk nog niet. We gaan deze dag dan ook met lege handen naar huis, maar het was de trip en de ervaring meer dan waard.

Geef een reactie